Hoe het begon...

In het begin van de vorige eeuw, kreeg mejuffrouw Catharina (Cato) Ramakers, geboren te Leiden, die na een, in die tijd lang niet eenvoudige studie, het diploma assistent apotheker had behaald, een assistenten functie aangeboden in Steenwijk.

In diezelfde tijd werkte Jean François Scheltinga, die geboren en getogen was in Steenwijk bij een grote zaak in Deventer.
Op een goede dag, gaf de apotheker een feestje voor zijn personeel en "genodigden" en, Jean François was ook uitgenodigd.
Meteen, bij hun eerste ontmoeting "vonkte" het tussen Cato en Jean François.

Zij kregen verkering en ongeveer een jaar later volgde er een officiële verloving.
Op 1 september 1915 was er een groot feest in Steenwijk, Jean François Scheltinga en Catharina Ramakers gaven elkaar het jawoord.

Op 27 Oktober 1918 werd hun oudste zoon Leo geboren en op 31 oktober 1920 hun enigste dochter Mies.
Het echtpaar kreeg in de loop der jaren nog twee zonen.

Het is de dochter Mies Scheltinga, die in de geschiedenis van de drogisterij een grote rol zou spelen.

Hoe het verder ging...

In het begin van de jaren 20, in de vorige eeuw, besloot het echtpaar Scheltinga Ramakers, vanuit hun woonplaats Soest naar Apeldoorn te verhuizen om in het stadsdeel "Zuid" een drogisterij te beginnen.

Hoewel dit deel van Apeldoorn in die tijd bepaald niet dichtbevolkt was, werd aan het echtpaar verzekerd, dat hier, de grote uitbreiding van de stad (of zoals men toen zei, "het dorp"), zou komen.
Zeker, in de begintijd was het voor, het nog niet zo lang getrouwde paar, met twee en later vier kinderen, niet gemakkelijk.
Maar dankzij hun gedegen vakkennis, hun onvermoeibare inzet en altijd met raad-en-daad klaar te staan voor hun klanten, wisten zij een bloeiende zaak op te bouwen.

Nu konden de bewoners van dit deel van Apeldoorn voor hun geneesmiddelen in hun naaste omgeving terecht en hoefden hiervoor dus niet meer naar de "stad".

Eind twintiger jaren, komt er een moeilijke periode voor Drogisterij Scheltinga.
De wereldwijde economische crisis breekt uit en slaat ook in Apeldoorn Zuid diepe wonden.
Veel Apeldoornse bedrijven gaan failliet en menigeen verliest zijn werk.

De arbeidslozen komen in de "steun"en het gevolg is wat men het beste kan omschrijven als "nette armoede".
Waar geen geld is, kan men dat ook niet uitgeven, dus ook onder de middenstand vallen zware klappen, en menig gerenomeerde zaak moet haar deuren voorgoed sluiten.

Maar Drogisterij Scheltinga doorstond de crisis, mede door de onvermoeibare inzet van de oudste zoon Leo.
Ondanks de lange openingstijden, in die tijd van 8.00 's morgens tot 21.30 's avonds, vond Jean Scheltinga nog de tijd om zich aan zijn liefhebberij: dichten en schrijven te wijden.

De oorlog 1940 - 1945

Na de economische opleving aan het einde van de dertiger jaren, brak in mei 1940 de oorlog uit.
In het begin leek het of er niet zo veel veranderde, maar weldra werd alles schaars en vele dagelijkse levensbehoeften kwamen "op de bon".

Tegen het einde van de oorlog konden er geen drogisterij artikelen worden ingekocht en dus daalde de verkoop navenant.

Het enige lichtpunt(je) was, dat Apeldoorn-Zuid als wijk, redelijk ongeschonden door de oorlog kwam.
De enige schade, die de drogisterij opliep was een granaatscherf door het dak.
En, net voor het einde van de oorlog, een paar gesprongen ruiten, toen een granaat op het kruispunt Koperweg Arnhemseweg ontplofte.

De jaren '50 en '60.

Na de oorlog, "zette iedereen de schouders eronder" en door hard werken nam de welvaart snel toe.
Al gauw bleek, dat de drogisterij te klein was en Jean en Catharina Scheltinga gaven architect Jan van Dongen opdracht een ontwerp te maken voor een beduidende vergroting van de drogisterij. Dit werd in het jaar 1951 uitgevoerd door bouwbedrijf en aannemer Brand.

Jean François Scheltinga was inmiddels de leeftijd van 65 jaren gepasseerd en wilde het niet alleen wat "kalmer aan" gaan doen, maar kon de drukte, in de zaak, niet meer aan.
Daarom werd besloten, dat de oudste dochter Mies Scheltinga en haar echtgenoot Jan Herman Visser in de zaak zouden komen, ook om later samen de Drogisterij voort te zetten.

Dit betekende evenwel, dat Mies Scheltinga weer naar de "schoolbanken terug moest", om zowel haar Drogisten-vakdiploma als het (toen nog) verplichte "middenstands diploma" te halen.

Voor de drogistenopleiding, moest ze gedurende drie jaren twee keer in de week met de bus naar Arnhem, het middenstands was dichter bij huis namelijk in Apeldoorn zelf.
Hoewel een goede leerlinge, zat Mies, een flink deel van haar studie tijd, dwars in de schoolbank, omdat zij in deze periode twee kinderen op de wereld zette !

De tijden veranderden en Drogisterij Scheltinga veranderde mee.
Langzamerhand werd het assortiment aangepast. De "bijzaken", zoals verf en allerlei andere niet-typische drogisterij artikelen werden langzaam afgebouwd en in de plaats hiervan ging men zich steeds meer specialiseren in homeopathische middelen en kruiden. Ook werd het beraden van de klanten steeds belangrijker.

Zowel "Mies" als "Jan Herman" namen hiervoor alle tijd en gesprekken van meer dan en half uur, waren meer regel dan uitzondering. Deze probleemgevallen werden dan ook altijd door de "Scheltinga's" bediend, de winkelmeisjes bekommerden zich om de "gewone"klanten.

Tot op hoge leeftijd bleef Jean François aktief in de drogisterij en was altijd daar om zowel nieuwe klanten raad te geven als om met "oude klanten" een praatje te maken.

Toen in 1965 Jean François overleed, werd besloten, de alom bekende en vertrouwde naam "Drogisterij J.F. Scheltinga" tot firma naam te maken.
En zo heet de drogisterij tot op heden.

In 1973, kwam één van hun zonen Paul Visser van school en besloot, tot grote vreugde van Jan Herman Visser en Mies Visser-Scheltinga, "in de zaak te gaan".
Al snel wist hij zich de nodige kennis eigen te maken en, wat zeer belangrijk is, het vertrouwen van de klanten te winnen.

Mede hierdoor, kregen Jan Herman en Mies eindelijk eens wat tijd voor henzelf en konden zij, hoewel beiden aktief bleven in de zaak, wat meer van het "leven gaan genieten".

Nu de kinderen, het waren er inmiddels ACHT geworden, groot waren en Paul de drogisterij beheerde, konden zij nu doen wat ze graag wilden, reizen door Europa.

Hoe het verder ging...

Toen Jan Herman Visser, onverwacht in 1980, stierf, besloot Paul, in het begin samen met zijn moeder Mies, de zaak voort te zetten. En begon nu zelf aan de cursus voor Drogist.
Na een vlotte studie behaalde hij het diploma en net als zijn Moeder mocht hij zich nu gediplomeerd drogist noemen.

Op een goede dag in 1981 ontmoette hij op een feestje, zijn toekomstige vrouw, Tjitske Roersma.
Ook Tjitske zag het drogistenvak "wel zitten", en enige tijd na hun huwelijk, besloot ook zij, zich weer in de schoolboeken te verdiepen en haalde vlot haar diploma als assistent drogiste.

Samen werken Paul en Tjitske nu in de drogisterij, die nog steeds bekend is onder de naam "Drogisterij Scheltinga", staan hun klanten met raad (en zo nodig zelfs met daad) bij, iets dat ze hopen nog vele jaren in goede gezondheid te mogen blijven doen.

Dus nu wordt Drogisterij J.F. Scheltinga, sedert de oprichting, nu meer dan 90 jaren geleden, beheerd door de DERDE generatie.

De toekomst...

De toekomst voorspellen kan niemand, het is echter niet uitgesloten, dat er nog een VIERDE generatie komt.
Dochter Sylvia, is ook gediplomeerd drogiste en bezit tevens het diploma apothekers-assistente...

* * * * * * * * * * *

Oudere Apeldoorners, zullen zich zeker nog de Zwitsal fabriek herinneren, vroeger gelegen aan de Vlijtseweg.
Reeds lang is dit bedrijf uit Apeldoorn verdwenen, maar Drogisterij Scheltinga heeft nog een souvenir uit de "Apeldoornse tijd".
In het begin van de 60-er jaren, werd aan een beperkt aantal Drogisterijen, door de vertegenwoordigers van de Zwitsalfabrieken, aan goede afnemers, een bronzen vijzel cadeau gedaan.
In onze "nostalgische kast" hebben wij nog het exemplaar, dat wij toen hebben gekregen.